De Arabisten prof J. Brugman (1) en Henk Muller (2) waarschuwen al reeds enige tijd tegen het begrip multiculturele samenleving met verwijzing naar het starre onvolledige schriftgeleerdenrecht. Brugman stelt, dat de voorstanders van de multicultuur geen weet hebben van dit recht en de implicaties ervan voor de westerse samenleving.

Dwaalweg van intercultureel recht

Wim Schuller (3) haalt Brugman uitvoerig aan en waarschuwt voor het derde scenario van het op 28 april jl. gehouden symposium ‘Toekomstverkenning advocatuur’, dat gelet op de invasie van een zeer jonge islamitische bevolking de weg wijst naar ‘interculturele rechtspraktijk’ als nieuwgevonden niche in de markt. Op dit symposium wordt incorporatie van islamitisch recht in onze wetgeving en jurisprudentie bepleit. Schuller noemt multiculturaliteit een drogbeeld. Hij verwijst naar de etnisering van de werkloosheid en de malaise in het onderwijs: leraren-tekort, segregatie, sprongsgewijze daling van doorstroom naar HAVO en VWO, – allemaal toe te schrijven aan de allochtone invasie -, en verwijst naar studies die aangeven dat de vier etnische minderheidsgroepen meer betrokken zijn bij criminaliteit dan op basis van hun aandeel in de bevolking verwacht zou kunnen worden. Schuller noemt de ook in Heemland vaak aangehaalde “clash’ uit het boek van Huntington als kolossale dieptebom die allengs in ons politiek bewustzijn neerdaalt om pas over een aantal jaren te ontploffen (4). Schuller verklaart de mondaniteit van de linkse elite en hun afkeer van een herbezinning op nationaal zelfbewustzijn vanuit het postmodernistisch relativisme van Foucault en Derrida, die dit collectieve zelfbesef hebben verward met ‘nationalisme’, dat zij verdachten van kolonialisme, paternalisme en imperialisme.

Islamitisch recht nader beschouwd

Brugman laat in zijn boek een aantal aspecten van de Islam de revue passeren. De boodschap is, dat islamitische recht onvolledig maar onveranderlijk is, niet inpasbaar en onverzoenlijk. Hij wijst erop, dat zelfs landen als Libië en Saoedi Arabië het niet consequent toepassen, dat er ook geen centraal gezag is dat het vaststelt, en dat derhalve van migranten ook verwacht mag worden dat ze toegeven dat er onderscheiden interpretaties mogelijk zijn. Dat doen zij niet. Brugman werd te hulp geroepen door een school te Alphen en werd uitgelachen als onbevoegd door migrantenmeisjes die hun hoofddoek verdedigden uit name van de Koran. Hij noemt prof Mohammed Arkoen als iemand die streeft naar een Europese verlichte variant van de Islam. Arkoen noemt de islamitische wet een ‘fait de l’islam’, iets wat in de loop van de islamitische cultuur ontwikkeld is en geen ‘fait coranique’, een logische uit de koran voortvloeiend feit en geldt hier te lande bij de moslims dus als afvallige.

Brugman verwijt ‘islamoloog’ dr. P.S. van Koningsveld (6) dat hij Arkoen in dit verlichtingsstreven juist tegenwerkt, en hij vermeldt dat diens co-auteur Haleber fulmineert dat het vermeende ‘racisme’ in het beruchte boekje van Rasoel met onaangename kritiek op de Islam bestreden moet worden. Arkoen zegt dan zelf nooit van racisme te spreken, want hij is van meting dat het geen kwestie van racisme is: “Voor mij is het een kwestie van cultuur”. Curieus vindt Brugman het dat Van Koningsveld en de zijnen dit standpunt nauwelijks kunnen respecteren. “Racisme moet geanalyseerd worden en bestreden”, aldus Van Koningsveld, maar Arkoen antwoordt: “Wel analyseren, niet bestrijden”.

Aanpassing aan de dominante cultuur en openbare orde

Dit onderscheid is van groot belang. Ook Schuller (3) vindt dat ‘nieuwe Nederlanders’ weliswaar het recht hebben aan onze samenleving deel te nemen en erop invloed uit te oefenen, maar dat van hen in redelijkheid kan worden verlangd dat zij zich aanpassen aan onze cultuur. In stede van te spreken over de ‘multiculturele samenleving’ heeft het zijn voorkeur te spreken van ‘multietnische’ of ‘multiraciale’ samenleving. Men dient zijn aarzelingen te overwinnen om onze cultuur aan te wijzen als de beste, de immigrant heeft immers ‘met de voeten’ voor onze cultuur gekozen.

Aardig is dat deze discussie al 14 jaar geleden is gevoerd (7). In dit gepubliceerd twistgesprek heeft schrijver dezes namens de Centrumpartij met Van Koningsveld heftig gediscussieerd over islamitische zeden en gebruiken. Ook toen bleek Van Koningsveld islamofiel in plaats van islamoloog, doch bleef onbekend dat hij geen arabist is maar theoloog. Hij kan de Koran in de originele Arabische tekst niet eens lezen.

Centrumdemocratische voorstellen van destijds

In 1985 kwam alsdan van de hand van schrijver dezes een beleidsnota uit (8), die juist als uitgangspunt nam het individu niet te beschouwen naar vanwaar het stamt, maar naar waar het is. Juist de aanval op de indeling naar culturele achtergrond (apartheid) is daar ingezet.

Het meldde zes uitgangspunten:

1. restrictief toelatingsbeleid
2. staatsburgerschap voor geässimileerden
3. assimilatiebeleid voor alloculturele staatsburgers
4. remigratiebeleid voor alloculturele groepen
5. uitzetting van criminele vreemdelingen
6. strafbaarstelling van illegaal verblijf.

Het pleidooi voor een uniculturele politiek om een multiraciale samenleving althans toen nog mogelijk te maken is dus al 15 jaar geleden gehouden.

Brugman insinueert dat gedwongen terugkeer van legale immigranten een optie is die alleen door neonazistische splintergroeperingen wordt voorgestaan ((1) blz 12). Voor de goede orde: in genoemde nota is door ondergetekende en hoofdredacteur drs M. Giesen een stelsel van financiële faciliteiten binnen het sociale verzekeringsrecht voorgesteld ter vergemakkeling van de remigratie. Eerder is er in Heemland 13 (blz 9) op gewezen, dat die faciliteiten sterk kunnen worden verruimd, nu gebleken is dat de huidige immigratie-poiitiek zo wat 18,0 miljard gulden op jaarbasis kost, althans volgens Pieter Lakeman (9).

Advertisements