Tientallen sprekers uit zeven landen hielden een nietsontziende rede over NAVO’s illegale oorlog tegen Joegoslavië op de internationale conferentie over “Recht en Oorlog” in Parijs op 25 oktober.

Onder hen waren juristen, specialisten en activisten die een diepgaand onderzoek hebben gedaan naar de achtergronden van het conflict in Joegoslavië en de NAVO interventie.

Alternatieven voor de oorlog

Jan Oberg, directeur van het Transnationale Fonds voor Toekomst- en Vredesonderzoek uit Lund, Zweden, haalde uit naar “de grootste leugen van de oorlog”: dat er “niets anders te doen” was aan het Kosovo probleem. Voordat de NAVO-bombardementen werden uitgevoerd, had Oberg meer dan dertig vredesmissies gedaan naar Kosovo en fungeerde als adviseur voor de Kosovo-Albanese leider Ibrahim Rugova. Hij presenteerde een lange lijst met wijze, bruikbare onderwerpen die het Kosovo-probleem op een vredelievende manier zouden hebben kunnen oplossen.

Niet één daarvan werd door de Westerse grootmachten uitgeprobeerd. In plaats daarvan kozen de Verenigde Staten voor oorlog en steunden het Kosovo-bevrijdingsleger (UCK) van bendeleider Hashim Thadic, zei Oberg.

VS-journaliste en medevoorzitter van de conferentie Diana Johnstone uit Parijs, beschuldigde de Clinton-regering van het verergeren en misbruiken van het Kosovo-probleem om zo NAVO’s nieuwe missie van “menslievende interventie” in te wijden. Het “menslievend” voordoen naar de buitenwereld dient ervoor om te verbergen dat de NAVO om economische en strategische redenen naar het oosten toe wil uitbreiden.

Professor Raju George Thomas van de Marquette Universiteit in Wisconsin waarschuwde voor de zeer negatieve indruk die de illegale aanval van de NAVO op een soevereine staat, die zelf geen enkele aanval heeft uitgevoerd, achterliet op de internationale betrekkingen. Andere mogendheden kunnen worden aangespoord om het agressieve gedrag van de NAVO te evenaren om zo hun eigen nationale belangen te verdedigen. Angst voor de onverwachte uitbreiding van de NAVO zal zeker een nieuwe wereldwijde wapenwedloop in de hand werken.

Internationaal Recht en NAVO-agressie

Roland Weyl, sprekend namens de Internationale Associatie van Democratische Juristen, hekelde de “open minachting” van de NAVO voor de Verenigde Naties en het Internationaal Recht, een na de Tweede Wereldoorlog in het leven geroepen systeem om oorlog juist te voorkomen. De bombardementen hadden geen enkele wettige grondslag en was niet te rechtvaardigen, ook niet toen de Verenigde Staten er in slaagden om de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties als een blad aan een boom deden omkeren om de militaire acties van de NAVO goed te keuren.

Twee tegenstrijdige meningen over het dubbelzinnige idee van “zelfbeschikking” i.v.m. Kosovo werden voorgedragen door Catherine Samary van de Universiteit van Parijs en Barbara Delcourt, die Internationaal Recht doceert aan de Vrije Universiteit van Brussel. Terwijl Samary pleitte dat zelfbeschikking voor de Kosovo-Albanezen een goede zaak is, wees Delcourt erop dat onder bestaand internationaal recht, zelfbeschikking geen afscheiding inhoud, behalve ten aanzien van dekolonisatie.

Als het zelfbeschikkingsrecht moet worden verruimd, moet dat systematisch gebeuren door een internationale overeenkomst, i.p.v. ad hoc, argumenteerde Delcourt. Vandaag de dag verkeren we niet langer in een periode van dekolonisatie, maar in een periode van rekolonisatie waarin het “zelfbeschikkingsrecht” voornamelijk een genoegdoening is voor nationalisten en manipulerende grote mogendheden.

Over het onderwerp van de veronderstelling “recht van humanitaire interventie” merkte Olivier Corten, professor in Internationaal Recht op de Vrije Universiteit van Brussel, op dat zo’n wet open staat voor verschillende interpretaties door een ieder die het op zijn manier kan gebruiken. Het doel van een rechtsgeldig systeem is om regels vast te stellen om te kunnen bemiddelen tussen de verschillende visies.

Er bestaat geen wet zonder regel, benadrukte Corten. Wij lopen het gevaar terug te keren naar de gewoontes van grootmachten in de 19e eeuw die regelmatig “natuurlijke rechten” tevoorschijn toverden om het gebruik van militair geweld te rechtvaardigen.

Advocaat Christopher Black uit Toronto legde uit dat het ad hoc gestichte “Internationaal Gerechtshof voor voormalig Joegoslavië (ICTY)” in Den Haag geen stap dichter bij een echte internationale gerechtshof is, een project dat het hoofd biedt aan de VS-overheersing. In plaats daarvan is het het tegengestelde: een politiek tribunaal aangespoord door de Verenigde Staten voor politieke doeleinden.

Het ICTY ontvangt financiën en personeel van de VS-regering en van privé-ondernemingen uit de Verenigde Staten. De president van het internationaal gerechtshof omschrijft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright als “de moeder van het tribunaal.” Het hof negeerde een rapport, aangeboden door een internationale groep van advocaten die NAVO-leiders in staat van beschuldiging van oorlogsmisdaden stelden. Dit rapport was gebaseerd op meer betrouwbare bewijzen dan die waarin Joegoslavische leiders worden beschuldigd. De procedures van het hof zijn tegenstrijdig aan alle garanties voor de verdediging zoals die beschreven staan in de democratische wettelijke regels, zei Black.

Andere sprekers waren de Romeinse rechter Domenico Gallo, die concludeerde dat de omstandigheden geen NAVO-interventie rechtvaardigden; Zeljan Schuster, van de Universiteit van New Haven, die verscheidene scenario’s van economische en politieke effecten van de NAVO-bombardementen op Joegoslavië beschreef; en Annie Lacroix-Riz, historicus aan de Universiteit van Parijs, die van haar enorme kennis van diplomatieke archieven gebruikmaakte, om de buitengewone mate van voortduring over inmenging door grootmachten in Joegoslavië tussen heden en verleden, te beschrijven.

Voorlopige Conclusies

Brian Becker van het Internationaal Actie Centrum in New York wees erop dat een activistische aanpak van de oorlog op opvallende wijze afwezig was in het Frankrijk van vandaag. Becker’s beschrijving van de plannen van het IAC, opgestart door Ramsey Clark, om in verscheidene steden hoorzittingen te houden over de beschuldigingen tegen NAVO-leiders, wekte een aanzienlijke enthousiasme op bij de mensen die de conferentie bijwoonden, zij smachtten om steun te betuigen.

Becker vertelde dat de campagne haar hoogtepunt zal bereiken tijdens een volkstribunaal in New York op 24 maart 2000, precies een jaar na het begin van de NAVO-bombardementen.

Ramsey Clark stuurde een schriftelijke groet naar de conferentie.

Deelnemers aan de conferentie bundelen hun krachten om plannen te maken voor verdere actie. Behalve steun aan het initiatief van Ramsey Clark, veroordeelde de conferentie sterk de economische sancties, die een onverantwoord vervolg is op de oorlog tegen het volk van Joegoslavië.

Er werd algemeen besloten dat:
Economische sancties oorlogszuchtige, geen vredelievende maatstaven zijn: middelen om de vernielingen van de bombardementen te laten voortduren door anderen, betekent een “bombardeer nu, sterf later” strategie die ook tegen het volk van Irak is gebruikt;

Methoden als economische sancties, “selectieve sancties” en andere aansporingen tot verdere afscheiding van en burgeroorlogen in Joegoslavië zijn totaal ontoelaatbare middelen om “democratische veranderingen” te bewerkstelligen;

Zulke, met opzet, verdeeldheid zaaiende middelen lijken ervoor bestemd om vredige democratische veranderingen tegen te houden en zorgen in plaats daarvan voor een uitvlucht van de NAVO voor nog meer bewapende inmenging;

Een werkelijk neutraal tribunaal zou besluiten om de echte verantwoordelijken voor de oorlog in 1999 aan te wijzen en schadevergoeding opleggen en verplichten tot reparaties;

Regeringen zouden humanitaire hulp moeten bieden en zorgen voor wederopbouw voor alle delen van de Federale Republiek Joegoslavië, zonder etnische of politieke discriminatie;

De conferentie heeft ook, onder toejuiching, een voorstel uit de zaal aangenomen om te protesteren tegen de humanitaire organisatie “Artsen Zonder Grenzen” door het buitensluiten (n.b. op de dag nadat het de Nobelprijs voor de Vrede was toegekend) van haar Griekse afdeling voor het behandelen van Servische slachtoffers van de NAVO-bombardementen.

Een mededeling op persoonlijke titel van Cedda Prlincevic, vroegere archivaris en hoofd van de Joodse gemeenschap in Pristina, werd voorgelezen op de conferentie. Prlincevic, die door Albanese gangsters uit zijn woning werd verdreven, beschuldigde de NAVO en KFOR van het toestaan door het KLA (UCK) van gewelddadige bedreigingen, moord, het verdrijven van leden van niet-Albanese etnische groeperingen en het stelen van hun bezittingen. Met steun van de NAVO en KFOR heeft het KLA (UCK) een waar schrikbewind uitgevoerd, vermeldde hij.
De artikelen en gebeurtenissen zullen worden gepubliceerd door het Franse blad “Dialogue”. Als u een kopie van het speciale nummer van “Dialogue” wilt ontvangen met het onderwerp “Recht en Oorlog” (“Justice and War”), dan kunt u via E-mail contact opnemen met: dialogos@club-internet.fr