Herdenken, herkauwen en herkiezen

Leave a comment

Demonisering

Op dodenherdenking 4 mei 2002 poogde de gezeten macht nog Fortuyn te verbinden met een neonazistisch gevaar. Men besloot alweer de Duitsers niet uit te nodigen, hoewel die in Israël wel samen met de slachtoffers van het nazi-regime herdenken. Wel werden voor het eerst de Russen uitgenodigd, want zij hadden gehoor gegeven aan de oproep van Ilya Davidovitch Ehrenburg in mei 1945: “Tötet die deutsche, fascistische Bestien in ihren Lagerstätten, brecht die rassische Arroganz der hochmütigen deutschen Frauen, tötet, tötet!!” Maar het zal ook wel hun laatste uitnodiging zijn, want de Russen claimden tijdens de herdenking hun gelijk in de bloedige strijd tegen de islamitische Tsjetsjenen !

Traditiegetrouw werden ook geen slachtoffers uitgenodigd van de Nederlandse oorlogsmisdaden, zowel dewelke begaan zijn in voormalig Nederlands Indië, alsmede dewelke begaan op de Balkan, waarop de Nederlandse luchtmacht zelf in NAVO-verband 1800 bommen en raketten afvuurde. Neen. Nederland is goed en de rest fout, o nee, er was nog iemand fout: NRC-Handelsblad sprak ter plaatse schande van het feit dat één politicus in ons midden, te weten Pim Fortuyn, nog gewaarschuwd moest worden voor neonazistische tendensen.

De demonisering van Fortuyn paste in een langere traditie van het naoorlogse goed en fout categoriseren. Op 14 mei 1984 werd er ook op mij, als lijsttrekker van de Centrumpartij bij de Europese verkiezingen (ik behaalde 135.000 stemmen) twee maal geschoten te Boekel. Kogelgaten, 40 cm van mijn gezicht in de ruit van de rijdende touringcar, geschoten vanaf een langsrijdende auto met 3 inzittenden. Daders bekend zijn niet vervolgd door de Eindhovense politie en justitie. Op 17 januari 1984 had een politieke tegenstander tijdens de inauguratie van CP-raadsleden te Almere mij bijna gedood door met een volle bierfles op mijn achterhoofd te slaan. Dader niet bestraft. Er is in mijn woning ingebroken en gif in mijn ogen gesproeid. Geen politieaandacht. Op 17 december 1982 werd de parterre van Krasnapolsky waar ik vergaderde volkomen vernield door ‘autonomen’ en sprak de pers er schande van dat de politie de ‘fascisten’ had beschermd. Tijdens mijn partijvergadering in Hilton Amsterdam op 8 februari 1983 liet burgemeester Polak ons door gepantserde voertuigen verwijderen ! In het bijzijn van NRC-Handelsblad journalist wijlen Van der Hoeven en Nieuwe Revue-man Voskuyl werd ik tijdens een islamitische voorlichtingsbijeenkomst op 6 februari 1983 tegen de grond geslagen. Had ik natuurlijk uitgelokt ?

Dr. W.J. Bruyn werd aan een betonblok geketend. Later zou op 29 maart 1986 te Kedichem andermaal de hele vergaderruimte in de fik worden gestoken en verloor Mevr. Schuurman haar been. Evenals bij Boekel was de Politie ter plaatse maar deed niets; geen dader is ooit bestraft. De pers had al jaren tot geweld opgehitst tegen de zogenoemde ‘fascisten’. Op 21 januari 1984 schreef de Volkskrant-journalist Piet van Seeters, dat ‘strijd tegen het fascisme mag’. “Vierling moet eruit en weg, hij is intelligent en dus ga je met zo’n iemand niet in redelijke discussie, weg ermee”. En Het Vrije Volk van 26 januari 1984 liet onder de kop “Radicaal Links: Tijd van Geweldloosheid tegen CP is voorbij” een zekere Ton de Zeeuw (met foto) aan het woord, die openlijk aanzette tot openlijke geweldpleging. Noch hij, noch het Vrije Volk werden vervolgd. Dit is geen uitputtende lijst, het is maar een illustratie van enige persoonlijke ervaringen met demonisering. Op 27 maart 1995 word ik nog door het Ministerie van Onderwijs als eerste kandidaat voorgesteld aan de Turkse regering om er leraar Nederlands en Europese cultuur te worden aan een islam-hatib-school, maar er volgt een haatcampagne middels kamervragen door Rabbae (Groen Links), Cornielje (VVD) en Lilipaly (PvdA) die me allemaal voor ‘extreem-rechts’ uitmaakten. Een soortgelijke banvloek heeft vrijwel elk ex-kaderlid van de Centrumstroming levenslang getroffen. Zelf heb ik er nog een officieel beroepsverbod voor het leraarschap bij de gemeente Den Haag aan overgehouden. Bijna niemand van de Centrumstroming is ooit voor een forumdiscussie uitgenodigd; laat staan voor een televisiedebat, nadat dr. W.J. Bruyn het zo voortreffelijk deed in ‘Het Capitool’.

Fortuyn zelf gaf Janmaat openlijk ‘voor de helft’ gelijk, maar hield de aanhangers van de vroegere Centrumstroming verre van zich. De politicus-wetenschapper wilde niet relativeren, dat 20 jaar geleden gedegen remigratievoorstellen welzeker nog regeerwaardige en uitvoerbare plannen waren; nee hij zou niemand van de gelegaliseerde immigranten wegsturen. In arren moede kwam hij zelfs nog in zijn laatste dagen met een ‘generaal pardon’. Ook dat baatte niet, hij bleef ook dan nog mikpunt van neonazistische etikettenplakkerij, zelfs ook door de internationale pers. Daar baatte hem geen (onheldhaftige) distantiëring van Le Pen, Haider en het Vlaams Blok.

Defortunisering

Nadat op 29 maart 1986 te Kedichem het hele hotel was afgefikt onder toeziend oog van de BVD en nadat daarover anderhalve huichelachtige parlementaire krokodillentraan was geplengd zonder berouw, verliet ik de politiek, zeggend tegen de pers: “Ik wil wel een gedeputeerde zijn in een democratie, maar geen geamputeerde in een anarchie”. Wel heb ik nog getracht Het Nederlands Blok op te zetten, maar daar kwamen BVD-infiltranten opaf, die letterlijk een pistool op tafel legden. Dit was wel een te opvallend rolattribuut van een agent-provocateur. Vierling exit, maar niet dood.

Nu is Fortuyn dood. Eerst heeft men hem uit zijn eigen partij gegooid. Dat gebeurde met Janmaat ook.

Maar anders dan Janmaat had Fortuyn wel succes met zijn eigen nieuwe club. Hij zou de grootste partij worden en wellicht minister-president. Dit moest niet mogen. Fortuyn was een onvoorspelbare politieke factor. Van marxist naar onvervalste neoliberaal, van grenzen dicht naar generaal pardon, van anti-islamiet tot deltaplan inclusief islamitische scholen voor de islamitische etnische gemeenschappen. Bij de koningin was hij ook niet zo geliefd met zijn eis de paleistuinen weer open te stellen voor het publiek. Ze kwam dan ook niet op de begrafenis, alleen maar haar stalknecht.

Ja Pim Fortuyn heeft, evenals Wil Schuurman (oud CD-kamerlid), de pelsdierenfokkerij in Nederland verdedigd en heeft die zelfs willen dereguleren. En nee, ook ik ben een verwoed dierenbeschermer die weet dat het vaak een onmogelijk gevecht betekent tegen de schofterige nonchalance van de mens tegenover medeschepselen. Ook prof Paul Cliteur bepleit het recht voor het dier om niet gefolterd te worden (Volkskrant 22 december 2001), en bekritiseert de multicultuur die kritiekloos de religieuze oriëntatie van de Islam (met inbegrip van wettelijk toestaan van ritueel slachten) tegenover dieren overneemt (NRC-Handelsblad 22 december 2001). Maar er is nou eenmaal een verschil tussen erkende hoogleraren en miskende activisten. Ik voel dat zeer wel aan.Vanwege mijn stellingname tegen het rituële slachten werd ik overigens ‘extreemrechts’ genoemd, niet extreemlinks. Ik weet wel – hoe een dierenvriend ik ook ben -, dat moord nooit een middel mag zijn en eerder een heilige martelaar oplevert dan de uitschakeling van niet-diervriendelijk gedachtegoed. Fortuyn wordt misschien nog wel eens door de paus zalig verklaard; maar vooreerst zal deze neoliberaal wel navolging vinden met zijn ideeën over ”diervriendelijke” bioïndustriële étagebouw op de Maasvlakte.

Wie heeft Fortuyn vermoord ? Is het Volkert van der Graaf ? Het kan. Alle geweld tegen de Centrumstroming kwam ook vanuit links-radicale hoek, “de kogel kwam (inderdaad ook toen / av) van links”, citaat van Peter Langendam, destijds voorzitter van de LPF.

Maar men kan ook aan iets heel anders denken. Er zijn paralellen te vinden met de moord op Kennedy. Een Oswald is gauw gemaakt van een extreem gefrustreerde milieufanaticus. Het is een teken aan de wand, dat Fortuyn slechts luttele dagen voor zijn dood naïef maar trots op de televisie vertelde dat het hem weliswaar door Tony Blair was verboden om de Britse Ambassade te betreden, maar dat hij – en wat was belangrijker ?- thuis was bezocht door de ambassadeur van de Verenigde Staten. Wat is daar besproken ? Ging het soms om de joint strike fighter (JSF) ? Wist Fortuyn af van de mogelijkheid van reeds betaalde steekpenningen aan Nederlandse politici ? Had de Amerikaanse ambassadeur misschien de indruk gekregen van een te zelfstandig denkend en dus voor Washington onbetrouwbaar politicus, gelijk een vorige keer Lubbers ? Zou hij een VVD-CDA-combine wel aan een betrouwbare meerderheid helpen ter ondersteuning van de Amerikaanse oorlogsgang tegen Irak volgend jaar ? En de Mossad ?, had die niet kunnen lezen in zijn “Puinhopen van acht jaar Paars”, dat “als God hetzelfde land aan twee uitverkoren volken geeft, hij dan wel mot kon verwachten” ? Dat zijn geen ondubbelzinnige adhaesiebetuigingen aan Israël in het land dat erom bekend staat de trouwste bondgenoot van Israël in Europa te zijn.

De moord was zeer professioneel. De ambulance werd buiten het hek gehouden. Precies als bij de Kennedy-moord kwam er geen ballistisch onderzoek direct ter plaatse naar de invalshoek van de kogels. Een door mij geraadpleegd ballisticus opperde aan de hand van de krantenfoto’s dat hij vanuit zijn eigen auto is beschoten. Ik weet het niet. Zulke dingen weten we hooguit over 50 jaar. Maar vast staat, dat met de moord op Fortuyn de weg vrijkwam voor een andere fractievoorzitter en voor de vorming van een interimbestuur van de LPF met aan de leiband van Washington lopende oud-militairen, die niet alleen de aanschaf van de JSF mogelijk maakten, maar ook de komende decennia de – door Washington en Brussel gewilde – volledige omvolking en multiculturalisering van onze natie zullen toelaten. De LPF met zijn spierballentaal over de beperking van immigratie zal worden ingekapseld als laatste ‘populistische stuiptrekking’. De te flexibele en dus onvoorspelbare Fortuyn is waarschijnlijk door Washington uit de weg geruimd, zodat de belangen van de NAVO veilig gesteld werden. Zijn vervanging door de conservatief-liberale Herben c.s. komt het bedrijfsleven nog beter uit. Er was na zijn moord aldus geen enkel belang meer met het klein houden van de LPF gediend.

Les jeux sont faits.

Nagedachtenis Hans Janmaat

Leave a comment

Vanmorgen 9 juni 2002 overleed Hans Janmaat. Twintig jaar lang heeft hij onafgebroken op de bres gestaan voor het behoud van de Nederlandse samenleving. In 1980 secretaris en vanaf 18 februari 1981 voorzitter van de Centrumpartij, werd hij op 8 september 1982 na een verkiezingscampagne die overschaduwd werd door uiterst ernstige verbale en fysieke bedreigingen ondermeer van extreemlinkse knokploegen, waar de gehele partij vanaf haar oprichting bij bijna elke gelegenheid mee te kampen had, gekozen tot enig parlementair volksvertegenwoordiger voor de Centrumpartij.
De hetze, tegenwoordig demonisering genoemd, tegen de Centrumpartij en haar leden en sympathisanten, is van een voor Nederland ongekende kracht geweest, vele malen heviger dan de demonisering van Fortuyn. De Centrumpartij die zelf nadrukkelijk afstand nam van ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek, is door de media en de politiek in de openbaarheid verguisd als “extreemrechts” en gemeden als de pest. Geen middel is geschuwd in de aanwakkering van haat tegen de partij, ondermeer door valse verwijzingen die kant noch wal raakten.

Als fractievoorzitter van de Centrumpartij in de Tweede Kamer bracht Janmaat op felle wijze de gevreesde immigraties naar Nederland ter sprake in een tijd dat er nog volop mogelijkheden waren om door middel van kritiek te trachten de veranderingen welke Nederland onderging en dewelke het land nog te wachten stonden – bij ongewijzigd vreemdelingenbeleid en bevolkingspolitiek -, te keren. Faam verwierf hij met zijn uitgebreide hekelingen van de onbelemmerde instroom van Surinamers, Turken en Marokkanen – in het kader van gezinsvorming en gezinshereniging – en met zijn aan de kaak stellen van de toen nog individueel behandelde verzoeken om naturalisatie van zogenaamd ingeburgerde buitenlanders die vaak nauwelijks Nederlands spraken en/of zelfs een criminele status op hun conto hadden.

Telkenmale hekelde hij de enorme kosten voor de Nederlandse samenleving die immigratie, opvang en integratie met zich meebrachten. Later zijn deze kosten door Pieter Lakeman in zijn boek “Binnen zonder kloppen” (blz 133) voor de periode van 1974 tot 1999, voor Turken en Marokkanen alleen al, op 140 miljard gulden beraamd.

In de negentiger jaren toen hij voor de door hem opgerichte en strak autocratisch geleide partij Centrumdemocraten in de Tweede Kamer zat, (eerst alleen en vervolgens van 1994 tot 1998 met een fractie van 3 kamerleden), legde hij de nadruk vooral op deze enorme kosten, op de algehele overbelasting van de sociale infrastructuur ondermeer verwoord met de one-liner “vol is vol”, op de versterking van deze kosten en lasten door de – door het grote publiek afgewezen – massale instroom van asielzoekers en op de forse toename van de criminaliteit door de resulterende sociale desintegratie.
De financiële kosten en de maatschappelijke lasten zijn grotendeels afgewenteld op die delen der autochtone bevolking die het het minst konden tillen en die bovendien slachtoffer werden van de positieve discriminatie door de overheden, in wezen etnisch voorrangsbeleid, een term waarvan het gebruik buiten het parlement nog steeds verboden is.

Hij had een uitstekende kijk op de grote interculturele spanningen die door de gevestigde politieke orde onder het vloerkleed werden geschoven als onderbuikgevoelens, verblind als deze politieke kaste was door de multiculturele wenswereld waarvan zij veronderstelde dat deze wel door sociaal-economische verbeteringen te bereiken viel. Dit multiculturele streven werd op funeste wijze gestalte gegeven met de zwaar gesubsidiëerde stimulering van eigen etnisch-culturele organisaties, een insteek waarvan Janmaat vreesde dat deze zou uitlopen op een ware apartheid. Met name voorspeld werd de ontwikkeling naar witte en zwarte scholen. Thans zitten we metterdaad opgescheept met een onomkeerbare, onevenwichtige etnisch-culturele samenstelling van onze bevolking, die immers in de steden al bestaat uit meer dan 50 % mensen van allochtone herkomst.

Was de Centrumpartij destijds serieus tot het publieke debat toegelaten, dan waren niet alleen miljarden guldens bespaard, maar dan was een groot deel van de huidige sociale desintegratie voorkomen. Vele ‘fortunistische’ thema’s, zoals de islamisering en de volbouw van Nederland, zijn – ook volgens Pim Fortuyn zelf – overgenomen uit het gedachtengoed van de centrumstroming, maar worden thans door diens onthoofde partij onder christen-democratisch overwicht alweer vergeten. We zijn terug bij af.

Janmaat had een moeilijk, hard karakter; hij werd steeds meer de onwellevendheid zelve en ontwikkelde een buitensporige achterdocht, versterkt door de op hem en de centrumstroming toegepaste haatcampagnes, het bedrog en geweld. Hoe er ook over zijn optreden gedacht wordt, velen zullen aan hem denken als aan een dapper man, die onder zeer zware omstandigheden de Nederlandse zaak op zijn wijze trachtte te dienen.

We hopen dat nu – na het overlijden van Hans Janmaat – hem posthuum eerherstel te beurt zal vallen gelijk Pim Fortuyn en dat de demonisering van nationaalgezind autochtoon Nederland zal ophouden en het publieke debat voor iedereen toegankelijk wordt.