Vanmorgen 9 juni 2002 overleed Hans Janmaat. Twintig jaar lang heeft hij onafgebroken op de bres gestaan voor het behoud van de Nederlandse samenleving. In 1980 secretaris en vanaf 18 februari 1981 voorzitter van de Centrumpartij, werd hij op 8 september 1982 na een verkiezingscampagne die overschaduwd werd door uiterst ernstige verbale en fysieke bedreigingen ondermeer van extreemlinkse knokploegen, waar de gehele partij vanaf haar oprichting bij bijna elke gelegenheid mee te kampen had, gekozen tot enig parlementair volksvertegenwoordiger voor de Centrumpartij.
De hetze, tegenwoordig demonisering genoemd, tegen de Centrumpartij en haar leden en sympathisanten, is van een voor Nederland ongekende kracht geweest, vele malen heviger dan de demonisering van Fortuyn. De Centrumpartij die zelf nadrukkelijk afstand nam van ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek, is door de media en de politiek in de openbaarheid verguisd als “extreemrechts” en gemeden als de pest. Geen middel is geschuwd in de aanwakkering van haat tegen de partij, ondermeer door valse verwijzingen die kant noch wal raakten.

Als fractievoorzitter van de Centrumpartij in de Tweede Kamer bracht Janmaat op felle wijze de gevreesde immigraties naar Nederland ter sprake in een tijd dat er nog volop mogelijkheden waren om door middel van kritiek te trachten de veranderingen welke Nederland onderging en dewelke het land nog te wachten stonden – bij ongewijzigd vreemdelingenbeleid en bevolkingspolitiek -, te keren. Faam verwierf hij met zijn uitgebreide hekelingen van de onbelemmerde instroom van Surinamers, Turken en Marokkanen – in het kader van gezinsvorming en gezinshereniging – en met zijn aan de kaak stellen van de toen nog individueel behandelde verzoeken om naturalisatie van zogenaamd ingeburgerde buitenlanders die vaak nauwelijks Nederlands spraken en/of zelfs een criminele status op hun conto hadden.

Telkenmale hekelde hij de enorme kosten voor de Nederlandse samenleving die immigratie, opvang en integratie met zich meebrachten. Later zijn deze kosten door Pieter Lakeman in zijn boek “Binnen zonder kloppen” (blz 133) voor de periode van 1974 tot 1999, voor Turken en Marokkanen alleen al, op 140 miljard gulden beraamd.

In de negentiger jaren toen hij voor de door hem opgerichte en strak autocratisch geleide partij Centrumdemocraten in de Tweede Kamer zat, (eerst alleen en vervolgens van 1994 tot 1998 met een fractie van 3 kamerleden), legde hij de nadruk vooral op deze enorme kosten, op de algehele overbelasting van de sociale infrastructuur ondermeer verwoord met de one-liner “vol is vol”, op de versterking van deze kosten en lasten door de – door het grote publiek afgewezen – massale instroom van asielzoekers en op de forse toename van de criminaliteit door de resulterende sociale desintegratie.
De financiële kosten en de maatschappelijke lasten zijn grotendeels afgewenteld op die delen der autochtone bevolking die het het minst konden tillen en die bovendien slachtoffer werden van de positieve discriminatie door de overheden, in wezen etnisch voorrangsbeleid, een term waarvan het gebruik buiten het parlement nog steeds verboden is.

Hij had een uitstekende kijk op de grote interculturele spanningen die door de gevestigde politieke orde onder het vloerkleed werden geschoven als onderbuikgevoelens, verblind als deze politieke kaste was door de multiculturele wenswereld waarvan zij veronderstelde dat deze wel door sociaal-economische verbeteringen te bereiken viel. Dit multiculturele streven werd op funeste wijze gestalte gegeven met de zwaar gesubsidiëerde stimulering van eigen etnisch-culturele organisaties, een insteek waarvan Janmaat vreesde dat deze zou uitlopen op een ware apartheid. Met name voorspeld werd de ontwikkeling naar witte en zwarte scholen. Thans zitten we metterdaad opgescheept met een onomkeerbare, onevenwichtige etnisch-culturele samenstelling van onze bevolking, die immers in de steden al bestaat uit meer dan 50 % mensen van allochtone herkomst.

Was de Centrumpartij destijds serieus tot het publieke debat toegelaten, dan waren niet alleen miljarden guldens bespaard, maar dan was een groot deel van de huidige sociale desintegratie voorkomen. Vele ‘fortunistische’ thema’s, zoals de islamisering en de volbouw van Nederland, zijn – ook volgens Pim Fortuyn zelf – overgenomen uit het gedachtengoed van de centrumstroming, maar worden thans door diens onthoofde partij onder christen-democratisch overwicht alweer vergeten. We zijn terug bij af.

Janmaat had een moeilijk, hard karakter; hij werd steeds meer de onwellevendheid zelve en ontwikkelde een buitensporige achterdocht, versterkt door de op hem en de centrumstroming toegepaste haatcampagnes, het bedrog en geweld. Hoe er ook over zijn optreden gedacht wordt, velen zullen aan hem denken als aan een dapper man, die onder zeer zware omstandigheden de Nederlandse zaak op zijn wijze trachtte te dienen.

We hopen dat nu – na het overlijden van Hans Janmaat – hem posthuum eerherstel te beurt zal vallen gelijk Pim Fortuyn en dat de demonisering van nationaalgezind autochtoon Nederland zal ophouden en het publieke debat voor iedereen toegankelijk wordt.

Advertisements