Volkenrechtelijk advies aan de heer H. Nawijn, minister van Vreemdelingenzaken en Integratie.

Minister Nawijn laat onderzoeken of het mogelijk is criminele Marokkanen met dubbele nationaliteit uit te zetten. Inmiddels heeft premier Balkenende gezegd dat dat niet kan en discriminatie zou zijn ten opzichte van andere Nederlandse staatsburgers. Dit laatste is volkenrechtelijk niet juist, de heer Nawijn kan gaan uitwijzen.

De dubbele nationaliteit is ontstaan, omdat Marokko in strijd met art. 6 van de Convention on the Conflict of Nationality Laws 1930 jo. art. 2 lid 1,2 van de European Convention on Reduction of Cases of Multiple Nationality zijn staatsburgers niet toestaat om afstand te doen van hun Marokkaanse nationaliteit bij langdurig verblijf in het buitenland. Nederland heeft echter in strijd met de geest van deze verdragen en ook die van de Convention on the Reduction of Statelessness, 1961 (UN Doc. A/C9onf. 9/15) gemeend alsdan ook de Nederlandse nationaliteit toe te kennen aan Marokkanen die hier langdurig verblijven in de door mij indertijd fel bestreden misvatting, dat zulks hun intergratie in de Nederlandse samenleving ten goede zou komen. Dit standpunt werd met name uitgedragen door PvdA-kamerlid wijlen mevrouw Jabaay.

Volkenrechtelijk ligt de bevoegdheid uit te maken wie het staatsburgerschap toekomt bij de staat, behoudens enige geringe beperkingen die opgelegd worden door genoemde verdragen. Onderling tegenstrijdige nationale regelingen kunnen leiden tot het verlenen van een dubbele nationaliteit. De status van personen met dubbele nationaliteit is geregeld in de voornoemde Conventie van 1930. Zo kan een staat diplomatieke bescherming van zijn staatsburger weigeren tegenover de andere staat waarvan deze eveneens staatsburger is.

Maar volkenrechtelijk moet statenloosheid worden vermeden. Volgens de Conventie on the Reduction of Statelessness van 1961 behoudt de staat het recht om zijn onderdanen hun staatsburgerschap te ontnemen, als zo’n persoon aan een andere staat diensten tegen betaling heeft verleend of zich heeft gedragen ‘ín a manner seriously prejudicial to the vital interest of the state’, of als hij een officiële eed van trouw aan een andere staat heeft afgelegd, danwel afdoende bewijs heeft gegeven van zijn vastberadenheid zijn trouw aan de staat af te zweren. (art. 8). Zo stipuleert Sec. 349 (a) van de United States Act van 1952 ook als reden het wegblijven uit de VS tijdens een binnenlandse opstand om zo de militaire dienst te ontvluchten. De Engelse minister van Binnenlandse Zaken kan volgens Sec. 20 (4) van de nationaliteitswetgeving iemand zijn staatsburgerschap ontnemen die Her Majesty door daad of woord ontrouw geworden is.
Al in de Convention Relating to the Status of Stateless Persons van 1954 werd gesteld, dat de statenloze zich evenwel dient te houden aan de wetten en maatregelen tot behoud van de openbare orde in het land van verblijf. Daartegenover moet het land van ontvangst hem veelal dezelfde behandeling geven als zijn staatsburgers op privaatrechtelijk terrein. Uitwijzing van statenlozen kan alleen als zij een gevaar opleveren voor de openbare orde en op grond van rechterlijk vonnis, maar zij mogen niet worden afgevoerd (refoulé) naar een gebied waar hun leven of vrijheid op grond van hun etniciteit, religie of politieke opinie gevaar loopt. Anderzijds is uitzetting (expulsion) geen strafmaatregel, maar een tenuitvoerlegging van een recht dat de staat toekomt. De uit te zetten persoon hoeft niet per se een recht op verweer toe te komen, maar mag anderzijds ook niet worden vastgehouden (compulsory detention), behoudens in gevallen dat hij weigert te vertrekken of wil onderduiken.

Uit bovenstaande blijkt dat Nederland met gerust hart de Nederlandse nationaliteit kan intrekken, indien het vindt dat criminele Marokkanen een ernstige bedreiging vormen voor de vitale belangen van de staat. Me dunkt dat zo’n vitaal belang kan liggen in de handhaving van een vreedzame coëxistentie van de diverse etnische groeperingen. Men zou de steun kunnen zoeken van de Marokkaanse gemeenschap zelf en andere etnische groepen die onder het imago van de Marokkaanse straatterreur te lijden hebben. Het aanhangen van de islam en de sharia-wetgeving kan in voorkomende gevallen ook een bewijs opleveren van trouw aan een ander staatsbestel dan dat van de Nederlandse Staat. Met de huidige wereldwijde anti-terrorisme-wetgeving krijgt de Nederlandse overheid hierin ook meer armslag. Ook Israël ontneemt thans veelvuldig zijn arabische onderdanen hun Israëlisch staatsburgerschap.

De Marokkanen met dubbele nationaliteit verliezen trouwens niet hun Marokkaanse nationaliteit en worden dus niet statenloos. Zij kunnen gevoegelijk naar Marokko terug. Hun wacht aldaar vrijwel geen gevaar van leven of vrijheid op grond van etniciteit, religie of politieke opinie. Het gaat immers om gewone criminelen en niet om politieke vluchtelingen.

De vraag of de intrekking van hun nationaliteit discriminatoir is, moet ontkennend worden beantwoord. Immers de Staat kan ook van zijn staatsburgers met enkele nationaliteit dezelve ontnemen op dezelfde gronden. Art 1 en 2 van The Convention on the Elimination of All Forms of Racial Discrimination van 1966 stellen uitdrukkelijk, dat niets in dit verdrag kan worden toegepast op het onderscheid dat staten maken op grond van nationaliteit tussen staatsburgers en niet-staatsburgers.

De staat mag dus ook onderscheid maken in zijn behandeling jegens staatsburgers met een enkelvoudig staatsburgerschap en een tweevoudig staatsburgerschap. Dat blijkt al uit het feit, dat het geen diplomatieke bescherming hoeft te bieden tegenover het land van de tweede nationaliteit. Omgekeerd kan worden gesteld dat staatsburgers met een dubbele nationaliteit bevoorrecht zijn ten opzichte van staatsburgers met een enkelvoudige; zij zijn positief gediscrimineerd.

De Nederlandse regering kan verdere kritiek voorkomen door erop te wijzen, dat zij niet een gehele etnische groep aanpakt – het gaat immers om een kleine groep recidivisten – en zij kan tevens besluiten om tegelijkertijd ook criminele leden van andere etnische groepen die een dubbele nationaliteit genieten uit te wijzen. Die zijn te vinden, want Nederland heeft enige jaren lang ook de dubbele nationaliteit toegestaan aan degenen die wel afstand mochten doen van hun andere nationaliteit op grond van de wetgeving van het land van herkomst. Bijvoorbeeld mensen uit de Filippijnen. Zo kan worden voorkomen dat alleen moslims worden uitgewezen en van dier zijde discriminatie op grond van religie wordt gedenonceerd.

Eerlijker is het te stellen dat de islamitische gemeenschapsopvatting strijdig is met de Europese verlichtingsidealen die ten grondslag liggen aan ons staatsrecht, maar zover zal premier Balkenende wel niet willen meegaan.

Advertisements