Donselaritis Gravis Gravis

Leave a comment

De nieuwe “Monitor Racisme en Extreem Rechts” (2002, 5de rapportage) is uitgebracht door J. van Donselaar en Peter R. Rodrigues. Was dit nu maar een propagandaboekje van de Anne Frank-stichting, dan had ik eraan geen aandacht besteed. Maar het is mede uitgebracht door de Universiteit Leiden en met steun van de Directie Integratie en Coördinatie Minderhedenbeleid van het Ministerie van Justitie. Is het nu omdat ik zelf aan die universiteit ben afgestudeerd of zelf secretaris van een interdepartementale commissie minderhedenbeleid ben geweest, dat dit geschrift mijn belangstelling wekt ? Nee, het is omdat de Binnenlandse Veiligheids Dienst, thans omgedoopt tot Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), in haar jaarverslag laat weten onderzoeksgegevens betreffende aard en omvang van racistisch en extreemrechts geweld te hebben verstrekt aan de Universiteit Leiden en de Anne Frank-stichting. Dit doet vermoeden, dat deze genoemde heren de analyses schrijven voor de Nederlandse veiligheidsdienst.

Jaap van Donselaar is auteur van “Fout na de oorlog, fascistishe en racisitische organisaties in Nederland. 1950-1990”, waarin hij van politici uit de centrumstroming (CP,CD) uitgebreide persoonsbeschrijvingen geeft, zonder overigens ooit de betrokken personen zelf te hebben ondervraagd. Zelf heb ik eens Van Donselaar opgezocht op de universiteit en bezwaar gemaakt tegen deze handelswijze en de indeling van de mensheid in ‘goede’ en slechte’ mensen à la de Jong, de destijds naar London gevluchte joodse historicus, later aangesteld als officiëel geschiedschrijver van de gebeurtenissen in Nederland gedurende de oorlogsjaren. “Ja, dat is mijn mening niet, dat is de mening van de Nederlandse pers”, sputterde Donselaar mij toen tegen. Inderdaad, zijn proefschrift stoelt slechts op klakkeloos voor waar aangenomen, niet verder geverifiëerde krantenartikelen.

De gevolgen van de pennevruchten van deze broodschrijver zijn voor meerdere personen en organisaties waaronder ondergetekende fataal gebleken: Een eeuwigdurend op schrift gesteld ‘Berufsverbot’ om als leraar te functioneren, een totale onmogelijkheid om bij de overheid, semi-overheid, grote bedrijven of zelfs ook maar bij de dierenbescherming aan de slag te kunnen gaan.

Zijn kornuit Rodrigues is de sturende voorzitter van de door de Leidsche ad-hoc-hoogleraar, de zionist Ed van Thijn (tevens voormalig burgemeester van Amsterdam en oud-minister van Binnenlandse Zaken) ingestelde Commissie voor de Gelijke Behandeling, wier oordeel als doorslaggevend geldt bij de rechterlijke macht inzake discriminatiezaken. Op een door mij op 28 oktober 1994 bij­gewoonde studiedag van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten bleek bij zijn bespreking van de Algemene Wet Gelijke Behandeling een verbreding van de gronden voor discriminatie, die ­- in vergelijking met de bepalingen van de VN-Conventie ter Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie, en de interpretatie door dier gelijknamige commissie, alsmede die van het Europese Hof van de Mensenrechten ­- doet denken aan het misbruik van de term ‘anti-revolutionair’ uit het sovjet-strafrecht: Onder een dergelijk elastisch caoutchoucartikel valt alles wat de overheid niet bevalt.

Beperken wij ons thans tot de bespreking van voornoemde ‘monitor’. Aanleiding is dat het blad ‘Heemland’ erin wordt besproken. Het is hiermede dus “van besproken gedrag” en daar zal het de heren wel om te doen zijn. Het zal in veiligheidskringen wel worden beschouwd als de spreekbuis van een nieuwe door de BVD/AIVD uitgevonden mensensoort: ‘Burgerlijk Extreem-Rechts’ . (BVD-jaarverslag 2001). Donselaar geeft het blad maar alvast een zelfverzonnen titel: ‘Nationalistisch Tijdschrift Heemland’, de cursivering is van Van Donselaar. De hoofdredacteur heet te zijn M. Giessen. Is de abusievelijke dubbel ‘ss’ een teken van des onderzoekers gemakzucht ? De hoofdredacteur wordt het etiket opgeplakt van ‘veteraan in het Nederlandse rechts-extremisme van de jaren tachtig en negentig’ wat ook zou gelden voor enkele anderen ‘die we op de site aantreffen’. Nou, dat is dan al een verbetering, want in zijn voornoemde boek deed Van Donselaar verbeten pogingen om de centrumstroming racisme en zelfs fascisme te verwijten.

De reden van deze verzachting met terugwerkende kracht is gelegen in het feit, dat in 2002 het fortuynisme opgeld deed. Eerdere pogingen om ook Fortuyn voormelde kwalificaties aan te plakken stuitten op de massale electorale aanhang. En ja, dan moet een broodschrijver om, dat doen de heren dan ook. Maar om de tour-de-force niet al te heet op te dienen, schrijven zij dat sommige uitspraken van Fortuyn waarschijnlijk voor strafvervolging in aanmerking zouden zijn gekomen, maar dat kon nu niet worden vastgesteld doordat hij vroegtijdig werd vermoord.

Van Donselaar schrijft dan ook, dat Heemland de carrière van Fortuyn met belangstelling en instemming heeft gevolgd. Dit getuigt overigens van een zeer oppervlakkige kennisneming van de relevante Heemland-artikelen. Maar, kijk nou eens, Donselaar merkt iets voor hem heel verrassends op: een nuancering bij Fortuyn’s koude oorlog tegen de islam: “Fortuyn’s uitspraken over de cultuur van de islam als geheel zijn naar onze mening wel wat al te generaliserend en ridiculiserend geweest .” Ja, daar heeft Donselaar niet van terug, het past niet in het plaatje van een rechts-extreem schreeuw­­pamflet. Je hoort hem verstomd staan, en hij vervolgt dan ook zonder commentaar:

Heemland heeft het verlies van paars met vreugde begroet en schreef naar aanleiding van de dood van Fortuyn, dat de redactie in rouw gedompeld laat weten Fortuyn te hebben gekend als “iemand die ronduit voor zijn standpunten uitkwam en voorvechter was van het vrije woord.” “We kunnen deze moord niet anders zien dan als het voorlopige sluitstuk van een jarenlange haatcampagne door de gevestigde politiek, vooral gepraktiseerd door zogenaamde politiek-correcte lieden van linkse huize, tegen de opvattingen van nationaalgezinde ‘oorspronkelijke’ Nederlanders” (Heemland, 6 mei 2002).

Deze passage is dus overduidelijk juist gericht tegen lieden zoals Van Donselaar. Wat doet hij daar nu mee in zijn monitor ? Hoe verhoudt zich deze klacht met de kenmerken van fascisme zoals de demonisering en de sterke behoefte aan zondebokken (zie het boekje “Oud en Nieuw Fascisme”, Anne Frank Stichting) ?

Jaap van Donselaar moet nu dus op zoek naar onderscheid tussen enerzijds Fortuyn die behoudens enige vervolgbare uitspraken toch over het algemeen aan de ‘goede’ kant van na de oorlog staat en het verderfelijke, in zijn eerdere publicaties vermaledijde gedachtengoed van de centrumstroming: fout na de oorlog. Belangrijkste onderscheid dat Van Donselaar vindt, is dat Fortuyn zich zeer welwillend opstelde tegenover Israël. De Anne Frank Stichting, het CIDI (Centrum voor Informatie en Documentatie Israël), ze kijken allemaal over de schouder van Van Donselaar mee, want ze zitten samen met de Landelijke Vereniging van Anti-Discriminatie Bureau’s (de denkpolitie LVADB), Meldpunt Discriminatie Internet, Kafka, Universiteit Leiden, KNVB en AFS met elkaar verbonden in het Landelijk Expertise Centrum Discriminatiezaken van het Openbaar Ministerie (LECD). Ja, en dat levert dus de BVD/AIVD-rapportage aan..

Ook vond Fortuyn weliswaar dat geen islamiet er meer in mocht: hij was tegen de massale secundaire gezinshereniging. Maar anderzijds mocht van hem niemand die hier legaal is, worden teruggestuurd. ‘Het zijn onze rotjongetjes’. 58% van de Fortuyn-aanhang was het met hem eens, dat Janmaat ‘op een aantal punten gelijk had’. Laten we dus even kijken wat die CD-standpunten waren in de door mij geredigeerde nota ‘Centrumdemocratisch Beleid ter Bescherming van het Nederlands Staatsburgerschap’ uit 1985. Met de punten 1) restrictief toelatingsbeleid tot tijdelijke vestiging, 2) staatsburgerschap voor geässimileerden met langdurige vestiging, 3) assimilatiebeleid voor alloculturele staatsburgers (inburgeringscursussen !), 5) uitwetting en persona-non-grata-verklaring van criminele vreemdelingen (niet-Nederlandse paspoorthouders) is thans iedereen gelukkig.

Bij punt 4), remigratiebeleid voor leden van alloculturele groepen, ligt wel een verschil met Fortuyn. Hij wilde er niet meer van weten en dacht via een deltaplan voor de minderheden op kapitalistische wijze hun economische ontplooiing te kunnen garanderen. De remigratieprojecten die nog in voornoemde nota staan uitgewerkt, behelsten overigens geen gedwongen terugkeer, maar eraan lag wel een sterk faciliterende voorstel van gedeeltelijke compensatie van reeds betaalde premies en van directe uitbetaling van sociale rechten van migratiearbeiders ten grondslag bij blijvende hervestiging in het herkomstland, in eerste schets uitgedacht door drs. M. Giesen, thans hoofdredacteur van Heemland.

Om bij dit remigratiepunt nu een ideologisch onderscheid te trekken getuigt van de onmogelijkheid van Van Donselaar c.s. in te zien, dat niet alleen in een tijdspanne van twintig jaar de maatschappelijke problematiek verhevigt en aldus de inzichten en opvattingen van het electoraat veranderen (Fortuyn kwam 20 jaar na ons), zelfs die van de gevestigde politiek, zie de postfortuynse verkiezingsprogramma’s, maar natuurlijk ook de opvattingen van degenen op wie Van Donselaar nog steeds ten onrechte het etiket extreem-rechts plakt, een begrip waarvan hijzelf na een bladzijdenlang verhaal toegeeft in de verste verte niet te kunnen definiëren wat het betekent.

Hij haalt wel Friedrich Nietzsche aan: “Alle Begriffe, in denen sich ein ganzes Prozesz semiotisch zusammenfaszt, entziehen sich der Definition; definierbar ist nur das, was keine Geschichte hat”. Maar Van Donselaar trekt zich vervolgens doodleuk niets aan van deze chique definitie bij zijn nadere definiëring van ‘rechts-extremisme’: Het etiket ‘fout na de oorlog’ is een aanduiding van tijdsverloop en impliceert een procesgang. Als je procesbenoemingen zoals communisme, fascisme, kapitalisme niet in een definitie kunt vatten, omdat ontstaansgronden, functies, voornemens en resultaten onderscheiden uitgangspunten van een definitie zijn, dan moet je ook geen eeuwigdurende eigenschap aan een proces toekennen, zoals ‘fout na de oorlog’, dus tot sintjuttemis. Misschien wordt wat nu extreem lijkt, later wel als adequate reactie op een achteraf ongewenste ontwikkeling gezien.

Van Donselaar’s argument van zijn ‘sociale genealogie’, de opvolging van hetzelfde gedachtengoed in steeds weer andere partijorganisaties vervalt daarmee. Dan is er ook nog de tegenvaller, dat de BVD/AIVD in zijn jaarverslagen schrijft, dat ér geen regie of planning van misdrijven met een racistisch motief vanuit extreem-rechtse organisaties is waargenomen’. (BVD-jaarrapport 2002). Ja, dan moet Van Donselaar dus wat uitwijken naar vagere onderscheidingen, wat gaan sputteren over backstage- en frontstage-tactieken en – nog minder overtuigend – uitwijden over een magneet­functie en personele kruisbestuiving. In een land waar nog niet 1 % van de mensen lid is van een politieke partij, kan men toch niemand verwijten dat mensen uit andere ‘verwante groepen worden aangezogen’, zou dat bij voorbeeld bij de socialisten en groenlinksers dan ook niet zo zijn ?

Janmaat en Heemland hebben zich nooit eenzijdig uitgelaten over het Israël-Palestina-conflict. Maar hier moet wel gesteld worden, dat de Monitor niet objectief te werk gaat. Voormeld conflict heeft natuurlijk zijn uitwerking op immigratieland Nederland. Door de sterke vertegenwoordiging van CIDI van de LECD in vermeldt de Monitor joden en joodse instellingen nooit als Urheber van geweld of uitlokking tot geweld door ondersteuning van bij voorbeeld het fascistoïde Sharon-regiem, maar alleen als slachtoffer, sc. van geweldplegingen door moslimjongeren. Het is zowat de eerste keer dat de Monitor gewag maakt van inter-allochtoon geweld, ook tussen Antillianen en andere allochtonen, hetgeen de Anne Frank Stichting altijd heeft verdoezeld. Alleen de blanke Europeaan kon discrimineren.

Ook nu wordt de wereld ingedeeld in goeierds en slechteriken. Marokkanen worden aan de dancing geweigerd en dus gediscrimineerd. Verzwegen wordt, dat zij alleen Europese vrouwen lastig vallen maar hun zusjes thuis laten, of ze behoofddoekt de straat op laten gaan onder hun ‘bescherming’: Wie dan nog naar ze kijkt, wordt afgetuigd. Die hoofddoek moet dus nu door Europeanen geaccepteerd worden, weigering is een discriminatiegrond. Dat hebben de beide Amsterdamse bestuurders van joodse origine, burgemeester Cohen en wethouder Oudkerk weer handig gedaan door een paar meisjes een gezichtsluier te laten dragen en die dan als extreem religieus kenteken te verbieden, in tegenstelling tot de hoofddoek. Maar wie een hoofddoek draagt, zegt daarmee ook dat iedere man een potentiële aanrander is en zorgt voor een onpersoonlijk straatbeeld.

Het wordt er niet gezelliger van. De verwijzing is: wij hebben het ware geloof en jullie zijn kaffers. Dat is wat het betekent. Maar Van Donselaar c.s. doen er hier het zwijgen toe. Wie echter als vrouw zit te zonnen en door Marokkaantjes als hoer wordt uitgemaakt, die heeft zelf onvoldoende rekening gehouden met de multiculturele samenleving. Alleen als moslims joden bespotten, dan is er de Anne Frank-stichting.

Al in mijn genoemde nota van 1985 betwijfel ik of de Anne Frank-stichting als joods-verbonden organisatie in het geïslamiseerde Nederland nog wel kan functioneren als objectieve monitor, quod non. Toen Joke Kniesmeyer, medewerkster van de AFS de ‘autonomen’ vanuit de Brabanthallen met kettingen en fosforbommen naar de landelijke CP-vergadering te Boekel stuurde in 1984, toen werd duidelijk, dat de AFS in staat was tot methoden die zij in hun propaganda verweten aan hun slachtoffers. Van Donselaar c.s. verzwijgt stelselmatig deze vorm van intimidatie en geweld.

Dezelfde Anne Frank Stichting kwam in 1984 uit met een boekje “25 vooroordelen tegen buitenlanders”. Ik heb er toen een reactie “25 oordelen over buitenlanders” op geschreven. Zij schreven toen, dat maar 1 % van de bevolking buitenlander was. Thans is welhaast meer dan de helft van de grootstedelijke bevolking allochtoon en daarvan is het grootste deel moslim.

Met het Nietzsche-citaat in het hoofd gaat het niet aan om mensen die met een voor die tijd zeer vooruitziende blik de grootstedelijke multiculturele problematiek hebben voorzien en hebben willen voorkomen, 25 jaar lang te oormerken met een onfris etiket, waarvan men zelf de betekenis niet kan definiëren !

Deze term wordt bovendien volkomen onterecht geplakt op mensen uit de centrumstroming, zoals aangegeven is in dagbladartikelen van deskundigen: “Is extreem-rechts wel eigenlijk zo rechts ?” door prof. M. Fennema (Volks­krant, 20 februari 1993), en “Rechts-extremisme valt niet samen met racisme” door dr. J. van Holsteyn, (Volkskrant 27 februari 1993). Ook van andere uitvoerige objectieve studies neemt Van Donselaar geen kennis, zoals “Het groene gedachtengoed van de Centrumstroming” door drs. M. Schikhof met supervisor dr. J. van Holsteyn, Universiteit Leiden, of ook “Multiculturele Samenleving, begripsvorming bij politieke partijen” door Van ‘t Hof, onder supervisie van dr. H. Beunders, Erasmus Universiteit; beide studies uit eind jaren negentig. In Heemland kan men talloze artikelen vinden die getuigen van de verdere ontwikkeling van het gedachtengoed van degenen die broodschrijver Jaap van Donselaar c.s. zo nodig meent te mogen afschilderen als verstarde veteranen, zondebokken, die hij zo hard nodig heeft voor de continue subsidiëring van zijn onwetenschappelijke schimmenwereld.

Tenslotte wil ik een persoonlijke noot aanbrengen. De schrijvers van Heemland worden als extreem-rechts en derhalve als xenophoob geëtiketteerd. Ik vind dit absurd. Ik heb frans, duits, engels, grieks en zelfs chinees geleerd, ik heb een aziaat helpen naturaliseren. Maar als je zoals ik niet alle vreemde culturen waarderen kan – na 17 jaar leven onder moslims uit Turkije en Marokko ben ik van hen zeker niet gecharmeerd geraakt -, dan wordt je maar even als xenophobe figuur weggezet. Over generalisaties en vooroordelen gesproken !

Dyab Abou Jahjah’s gistende moslimjeugd

Leave a comment

Daar kwam hij op 3 maart jongstleden , Abu Jahjah op de Haagsche Hogeschool zijn Arabisch-Europese Liga kenschetsen als een metapolitieke volksbeweging, een ‘grass roots movement’, die binnen het kader van de grondwet op legalistische wijze de spreekbuis wil zijn voor de moslimjongeren. Die worden, zo zegt hij, gediscrimineerd bij het vinden van huisvesting, werk en onderwijsfaciliteiten. De wetgeving was in Nederland mogelijk beter dan in België, maar ‘wij wonen in wijken en in concrete situaties, niet in abstracte wetten’. Hij zegt op te komen voor alle uitgeslotenen, ook de kansarme autochtonen in Borgerhout, maar anderzijds stelt hij, dat zelfs als sociaal-economisch alles goed geregeld is, de noodzaak bestaat om zich als moslims te organi­seren. Want in een democratie is het altijd goed je als groep op grond van gemeenschappelijke uitgangspunten te organiseren. Die mogelijkheid biedt hem de officieel beleden idee der multiculturele samenleving: burgerschap met behoud van eigen cultureel-religieuze identiteit. Die wilde hij niet zo slap uitdragen als de ‘subsidiemachines’ zoals hij de allochtonenorganisaties terecht kenschetste, maar hij nam een voorbeeld aan de Black Panthers uit de V.S.A, hoewel …: ‘Malcolm X’ moest eerst nog moslim worden, wij zijn het al’ Daverend applaus viel hem ten deel in de met vijfhonderd jongeren volgestouwde aula. Het ging ook om de institutionalisering van psycho­sociale behoeften, ‘we pikken het niet als onze profeet wordt beledigd, door de LPF in schaaps­kleren, de VVD’. Weer daverend applaus, Hirsi Ali Ayaan als afvallige afgevoerd. Men eist erkenning van de islam als een ononderhandelbaar gedachtengoed en aanvaardt kritiek op de islam in ieder geval niet van buiten en niet in het openbaar.

De toehoorders, vrijwel allemaal moslimjeugd, kwamen zowaar nog met enige vragen: ‘Waarom heet de beweging arabisch, niet alle moslims zijn arabisch ?’, vroeg terecht een Kabyl (berber), die zich mogelijk herinnert, dat zijn volk juist door de arabieren het Rif en Atlasgebergte in zijn gejaagd en als stoottroepen werden gebruikt ter verovering van Andalusië. Ja, zo zei Jahjah, hij was wel allereerst moslim, hij zou liever dood gaan dan te ontkennen een moslim, arabier en Libanees te zijn. Aan de Haagsche Hogeschool doceert men geen geschiedenis en dus bleven de meeste Maghreb-jongeren enthousiast. Hij wilde geen bruggen bouwen, dat kon alleen maar tussen twee bergen, maar de moslimjeugd ligt in het ravijn, dan moet je gewoon deuren inslaan.

Hun assertiviteit kreeg in de persoon van Jahjah een eloquente gedaante. Hij was immers de dag ervoor nog door ‘Buitenhof’ uitgenodigd naast minister van Staat Hans van Mierlo en de zionist, prof. Krefeld uit Israël. In die hoge sferen had hij briljant (volgens mij en ook volgens Van Mierlo) de tegenaanval ingezet tegen de Amerikaanse en Israëlische Midden-Oosten-politiek. Doordat de Nederlandse regering zoals te doen gebruikelijk slaafs achter Washington aankuiert, vind niet alleen de zich met de Palestijnse vrijheidstrijders identificerende moslimjeugd, maar ook enige lieden van de vredesbeweging in hem een begenadigd voorman. Het is waarschijnlijk, dat de Midden-Oosten-politiek de ware drijfveer van deze Libanees is. Hij zegt als arabier natuurlijk niet de turken te kunnen vertegenwoordigen, maar nog wel de marokkanen die zich hier zo onderdrukt voelen (, behalve misschien zich historisch bewuste hamitische Kabyl ?).

Hij zegt dan wel de islam niet te willen misbruiken om te onderdrukken, maar hij is een duidelijke panarabist, want hij is voorstander van de invoering van het arabisch als facultatief vak in het middelbaar onderwijs onder de merkwaardige opmerking dat dan berbers en turken een vreemde taal moeten leren, omdat dat nu eenmaal de taal van de Koran is. Hij stelt dat ‘Assimilatie en integratie racistisch, zo niet fascistisch zijn; moslims zijn Belg en Nederlander en hebben de volste burger­rechten, ze laten zich niet meer wegzetten als achterlijken.’ Deze assertiviteit is dus duidelijk gericht tegen aanpassing aan de westerse samenleving. Maar assimilatie en integratie in het panarabisme onder de islam als ideologie en religie, dat is dan natuurlijk geen kwalijk imperialisme, de Dar-el-Islam met als machtig centraal rijk een arabische wereld van de Indische tot de Atlantische oceaan ?

Hoe nuttig was die AEL wel voor de emancipatie van de moslema’s ? Nou, er is van de 4 bestuursleden één vrouw, 25 % vrouwen, dat halen de Nederlandse partijen niet ! De AEL komt juist op, niet voor de verwesterste vrouwen, maar voor de volle rechten van de moslema om gehoofddoekt of gesluierd aan de samenleving deel te nemen. Desgevraagd stond het moslema’s vrij zich binnen de AEL apart te organiseren, vrouwenemancipatie was immers overal en altijd een langzaam proces. De moslema’s lieten zich gewillig afpoeieren.

Hoe stond het met toelating tot de AEL van homo-berbers ? ‘We hoeven het bij de toelatings­gesprekken niet te weten’. De spanning bij de afgeknepen moslema’s ontlaadde zich nu in een daverend applaus. Wat had hij het toch diplomatiek ontweken. Waarom onderschreef hij de shari’a niet ? Ja we willen alleen geen blinde toepassing ervan en niet alleen van het strafrecht, maar ook van de zakat (aalmoes), de religieuze basis van een sociaal vangnet voor het gezin als hoeksteen van de samenleving. ‘Wij zijn moslim-democraten’, die verschillen niet veel met christen-democraten’.

De AEL is ook tegen prostitutie. Maar als deze kwestie expliciet wordt toegespitst op ‘lover boys’ van wie iedereen in de zaal weet dat die altijd Marokkanen zijn, dan mag van de zaal het beestje niet bij zijn naam worden genoemd.

In Nederland ging het islamitische beschavingsoffensief al beter van de grond met 39 moslimscholen. En de multiculturele samenleving kwam ook de autochtonen ten goede, beweerde Jahjah. ter plekke. Hoezo ? Jahjah: ‘De Europese beschaving is niet alleen judeo-christelijk; van af het moment dat Europa het predicaat beschaving verdiende was het ook islamitisch’. Dit nu doen alle moslims, ze ontkennen altijd de pre-islamitische beschavingen, zoals de Byzantijnse, Zoroastrische, Armeense, Koptische, zelfs de Kabyl-beschaving en recentelijk nog wereldwijd aanschouwelijk gemaakt door de Taliban door de vernietiging van enige eeuwenoude Boeddha-beelden.

Alleen in Iran hebben de shi’ieten pluralisme geduld en de pyramides in Egypte waren eenvoudigweg te groot om ze weg ter toveren. Maar Jahjah ging veel verder met zijn geschiedvervalsing: ‘De Verlichting was gebracht door de islam in Andalusië toen Europa nog wetenschappers op de brandstapel zette’. Even voor de goede orde, inderdaad hebben arabische schriftgeleerden menige belangrijke bron van de antieke wereld voor Europa ontsloten, zoals Aristoteles. Maar dit was geen verdienste van de islam; deze geleerden waren zelf door de geloofsgenoten bedreigd. Bovendien is de redenering, dat wanneer er een roemrijke verlichte periode in het verleden is geweest, dit een bewijs is voor de huidige superioriteit, net zo zot als te beweren, dat Nederland machtiger is dan Amerika, omdat enige eeuwen geleden de Nederlander Peter Stuyvesant het land waar nu New York ligt, van de Indianen kocht. Na de grote hervorming van de 19e eeuw, de zogeheten salafiyyah heeft de islam helemaal geen ‘aggiornamento’ gekend.

Toen heb ik toch maar mijn mond opengedaan. Ik heb als enige Nederlander te midden van 500 moslims de Westerse beschaving verdedigd, voornoemde geschiedvervalsing weerlegd en gesteld, dat wij na eeuwenlange godsdienstoorlogen er achter waren gekomen, dat niemand de waarheid in pacht heeft, niemand zich uitsluitend kan beroepen op louter zijn god en geloof als absolute waar­heid. Persoonlijk vind ik het veelgodendom van germanen, grieken en hindoe’s veel beschaafder dan de later uit Syrië afkomstige monotheïsmen: de joodse, christelijke en islamitische godsdien­sten. Maar ik kreeg de kans niet om dat uit te brengen, de sfeer was al om te snijden, dit was immers een wervingsbijeenkomst van de moslimzuil, geen multicultureel debat. Ik heb maar een concrete tegenwerping gemaakt: “Als ik als niet-moslim als transculturele maatstaf van beschaving hanteer, hoe mensen met hun medeschepselen omgaan, en ik lees ook in de koran dat je dieren zo snel en pijnloos mogelijk moet slachten en we hebben nu een nieuwe techniek: een aan de halssnede voorafgaande electrocutoire bedwelming, dan is het dus tegen uw eigen ethiek om hierover niet eens een technisch-veterinaire discussie aan te gaan ? Wilt U die met mij gaan voeren ?” Maar 500 moslimjongeren braken in een hysterisch boegeroep uit, U weet wel het discussieniveau van ‘Het Lager Huis’ van Paul Witteman en Marcel van Dam. Ik schreeuwde nog door de microfoon: “Hoort U de hysterie, hoort U de hysterie ?” Maar Jahjah antwoordde niet meer, het was niet nodig, hij had alle moslimhartjes alweer in zijn zak, dierenleed als basis van de islamitische identiteit en saamhorigheid. Wie wreed naar dieren zal het naar mensen ook wel worden. Vaststaat, dat er een nieuw élan is ingeblazen in een assertieve moslimjeugd, die vol haat tegen de westerse beschaving zit en op ontploffen staat.

Wanneer ? Jahjah gaf het aan: ‘In 2015 zullen de moslims tweederde van de stedelijke bevolking in Europa uitmaken, dan moeten we klaar staan met de institutionalisering van onze beweging.’ Zo als al tweemaal, zal dus Europa ten prooi vallen aan de aloude demografische veroveringsstrategie van de islam, het omslagpunt van de Dar-el-Kafir (heidens gebied), via Dar-el-Sul (moslims nog in minderheid, cf ons woord sullig) naar Dar-el-Islam (iedereen onder shari’a-wetgeving) zal binnen de komende decennia worden bereikt. In weerwil van de slapende progressieve Europese élite, die haar verzet tegen de Amerikaanse hegemonie nu gesteund weet van de 16 miljoen moslims in Europa, maar de ogen sluit voor de omvolking en het verval van Europese identiteitsbeleving.