In Memoriam:
Dr. Willem Johannes Bruyn * 27 januari 1917 † 08 september 2008

Dr. W.J. Bruyn was vooraanstaand PvdA-lid, planoloog van het Amsterdamse havengebied maar ook een socioloog met vooruitziende blik. In de zestiger jaren publiceerde hij boekjes met uitdagende titels als ‘Van je ras, ras, ras….’ En ‘Recht op Apartheid’ . Erin bleek hij met wetenschappelijke onderbouwing van gangbare sociologische en anthropologische vaklitteratuur politiek onwelkome standpunten te verdedigen: Massale immigratie zou leiden tot cultuurconflicten, want migratie en menghuwelijken kwamen slechts voor aan de rand van de maatschappij. Het bracht hem in conflict met de PvdA en de gevestigde sociologen zoals de fervent de multiculturaliteit verdedigende wijlen Prof. A.J.F.Köbben.

Dr. Bruyn werd partijpolitiek actief en sloot zich aan zodra die mogelijkheid hem werd geboden bij ordentelijke parlementair functionerende partijen die gericht waren op behoud van de door massale immigratie bedreigde Nederlandse samenleving: de Centrumpartij en de latere Centrtumdemocraten. Voor de Centrumpartij zat hij in de Amsterdamse Gemeenteraad. Voor de Centrumstroming schreef hij de nooit door deze uitgegeven twee eerste delen van een partijnota ‘Nederland voor de Nederlanders’, waarblijkens hij, n.a.v. de rellen van autochtonen tegen Turkse immigranten in Schiedam, opkwam voor het sociologisch geduide recht op zelfverdediging van een volk tegen vreemde overheersing bij ontstentenis van optreden door de regering ervan. Hij gebruikte ter aanduiding hiervoor echter terminologie als ‘noodweer’en ‘noodweerexces’ zonder ervan de juridische betekenis te kennen. Het zijn immers geen rechten, maar schulduitsluitings- respectievelijk strafverminderingsgronden.

Zijn conceptnota werd door de VARA gestolen en verminkt in de openbaarheid gebracht. Zodoende werd hij in de pers en met hem de hele centrumstroming uitgemaakt voor verdedigers van ‘racisme’, een begrip dat werd opgerekt totdat alles wat de multicultuur bevorderende Regering niet wil eronder viel. Maar Bruyn vestigde gewoon de aandacht op de in het Handvest van de Verenigde Naties en de Verdragen nopens de Mensenrechten gestipuleerde, aan de toedeling van nationaliteit door Staten verbonden rechten der onderdanen t.o.v. vreemdelingen. Dit is nog steeds vigerend internationaal publiekrecht. De VARA ving bij de rechter al bot om procesrechtelijke redenen, immers het bewijsmateriaal was wederrechtelijk bekomen, maar Bruyn wilde zich tot wanhoop van zijn advocaat ruiterlijk en inhoudelijk verdedigen zonder schroom voor de strafrechtelijke gevolgen. Hij kreeg daartoe niet de kans, richtte de ’Stichting Autochtoon Nederland’ op en gaf zijn nota en pleidooi uit in eigen beheer, zij het op beperkte schaal..

Dit was zijn natuur: recht voor z’n raap, wars van diplomatie, trouw aan zijn woord. Deze karaktereigenschap bracht hem dan ook gemakkelijk in conflict met medestanders. Tweede Kamerlid Hans Janmaat ‘vergat’ dat hij Bruyn een ‘toerbeurt’na twee jaar in het parlement had beloofd en Bruyn, een grote krachtige vent, schroomde niet de kleine broze Janmaat ten huize van het Vlaamse Blok tegen de grond te slaan. Hij was daarop volgens Janmaat niet meer ‘ministeriabel’ en Bruyn kwijnde weg in vergetelheid. Ook buiten de partij leverde de publicaties door zijn stichting geen publiek debat op.
Bruyn was een goedaardig man met brilliant gevoel voor humor. Eens vroeg ik hem naar zijn vermeend ‘racisme’, doelend op het raciaal gescheiden bussen in de Verenigde Staten. Daar had ik in 1979 ontdekt, dat de rokers achterin de Greyhound bus moesten zitten net zoals 9 jaar daarvoor de negers. Was dat dan nodig, blank voorin, zwart achterin ? Bruyn tekende daarop een bus, in de lengte in tweeën afgeschot met voor en achter aparte toegangsdeuren en zei dat blanken ook wel achterin kunnen stappen!

Met het overlijden van Wim.Bruyn is een volksnationalistische ideoloog van groot formaat heengegaan, die decennia voorlag op de goegemeente der fortuynisten, wilderianen, verdonkeremaniakken en op de hele parlementaire schijnheilige meute die nu opeens moord en brand schreeuwt over de ‘ontspoorde’ immigrantenjeugd. De totale ontwrichting van de Franse republikeinse assimilatiemachine door de massale immigratie heeft mij pas eind negentiger jaren doen inzien, dat Dr. Bruyn als socioloog gelijk had en niet ik als jurist: Het overgrote deel der mensen kan zich tijdens zijn individueel leven onvoldoende aanpassen aan een andere cultuur dan die waarin men is grootgebracht. Tegenstanders, ja hoor zichzelf noemende ‘antifascistische autonomen’, hebben Bruyn ooit eens op hoge leeftijd al in zijn straat aan een betonblok geketend. Moge dat betonblok nog gevonden worden en dienen als sokkel voor één van de grootste verdedigers van de Europese beschaving.

Advertisements