Op 1 september ben ik toch naar ‘De Rode Hoed’ in Amsterdam getogen voor een lezing van Prof. Meindert Fennema (UvA) omtrent de vraag of ‘Vrijheid van Meningsuiting ook geldt voor racisten?’ (uitgave Elsevier, in het kader van HJ Schoo-lezingen). Hij oordeelde, dat Janmaat (centrumstroming) anders dan Fortuyn en Wilders ook met juridische procedures buiten de democratie was gehouden en dat kwam uiterst dichtbij de ‘stalinistische processen’. Ook het jarenlang door de BVD (AIVD) en burgemeesters de centrumstroming opgelegde demonstratieverbod zgn. i.v.m. verstoring van de openbare orde (waarmee immers door de linkse terreurgroepen werd bedreigd) hekelde hij.

Hij memoreerde ook, dat het de Volksnationalisten (VNN) was verboden te demonstreren ter verdediging van vigerend overheidsbeleid (sc. inzake uitrzetting van vreemdelingen). Racisme en ermee vergroeid ‘discriminatie’ werden tot opiniedelict doordat de Soviet-Unie eisde van de Lidstaten, ondertekenaars van het Verdrag inzake Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie eiste, daadwerkelijk tegen de eigen burgers op te treden, indien deze bijvoorbeeld het idee uitdroegen, dat niet alle mensen dezelfde en dus geen raciaal verschillende kenmerken vertonen. De Officier van justitie die Janmaat veroordeelde wegens zijn uitspraak: ‘Zodra we de macht hebben zullen we de multiculturele samenleving afschaffen’ had over de tijdens de demonstratie vermeend geroepn teksten ‘vol=vol’ en ‘eigen volk eerst’ (quod non, dit is een uitspraak van het Vlaamse Blok) gezegd, ‘dat dit erger was dan openlijk racisme, een versluierende tekst zal daardoor makkelijker meer ingang vinden’. Ze veroordeeld dus Janmaat op een ‘eng gedachtengoed’, waarvan men de inhoud niet precies kon veststellen, maar waarvan Janmaat wel werd verweten die in een onschuldig, want versluierende vorm had geuit.

Fennema disstantiert zich vervolgens van de antidiscriminatiewetgeving, die haatzaai, discriminatie door feitelijk handelen en oproepen tot geweld door elkaar husselt. Journalisten hebben het bepleite ‘right to offend’ valselijk vertaald in ‘het opgeeiste recht te beledigen’. Maar dat is in het Engels ‘to insult’. Zo wordt elke kritiek op een ideologie of godsdienst onder het strafbare begrip haatzaai gebracht. Het Hof in Amsterdam heeft Wilders ervan beticht, ‘in de opbouw van zijn uitlatingen en het repeterende patroon het kenmerk te dragenanderen, politici en burgers, van zijn ideeën te overtuigen en hen op basis daarvan tot actie te bewegen’. Fennema constateert, dat dit de perfecte definitie van een politieke campagne is en dus bewijs, dat haatzaai geen rechtsgrond voor straf kan zijn. Ook de vergelijking van de Koran en ‘Mein Kampf’ is problematisch, want dat zou niet alleen beledigend voor moslims maar net zo goed voor nationaal-socialisten. Sic! Tenslotte bepleit Fennema een aantal rechtens afdwingbare toegangsregels tot openbaar debat:
1. niet aanzetten tot geweld (bv Hamas Hamas alle joden aan het gas)
2. niet oproepen tot uitsluiting van burgers van debat en besluitvorming
3. het erkennen van de tegenstander als mens (dus niet het zijn lagere levensvormen dan varkens).

Hij additioneert nog enige niet afdwingbare deliberatieregels, die de samenleving en de elites moeten uitdragen, zoals stimulering van reflectie van het eigen standpunt, overtuiging boven dwang en uitsluiting stellen en individuele ervaringen in verband brengen met meer algemene principes. Fennema vindt wel, dat etnische en religieuze criteria zwaarder wegen dan andere bij de beoordeling van de vraag, of bepaalde uitlatingen de rechtsorde in gevaar kunnen brengen, maar hij vindt, dat het OM deze beweegredenen ook expliciet moet melden en argumenteren, als ze opinieverboden oplegt. Ik persoonlijk help het hem hopen, zo de multiculti maatschappij in de juiste banen te houden, maar betwijfel ten hoogste, of zijn set of rules ontleend aan een overlegcultuur de islamisering kan afstoppen.

Een essentialistische religie, die symboliek verre boven feitelijkheden stelt heb ik in de geschiedenis alleen zien afstoppen door volken en hun politieke systemen die in de verste verte niet lijken op het schijnheilig polderen door het eeuwig eb- en vloed volk der Nederlanden. Ik heb Fennema ten overstaan van het salonsocialistische bejaarde publiek bedankt voor zijn aandacht aan onze centrumstroming en diens perikelen en tevens de toch aanwezige Frits Bolkenstein verweten, dat hij, hoewelk de liberale ideologie (van filosoof Gray) geen notie heeft van wat te doen met massa’s immigranten die niets van liberalisme en democratie willen weten, de openbare discussie niet heeft verruimd, bijvoorbeeld door toe te staan te debatteren over hoeveel mensen in ons land kunnen wonen en over welke culturen nu wel of niet samengaan. Hij vond –heel arrogant– de discussieruimte in Nederland thans voldoende en de zaal zweeg als een lamgeslagen volk.

Advertisements