Enige opmerkingen bij de actualiteit.
Het is onwenselijk om een bezweringsformule zoals die in een aantal Europese landen bestaat ook hier in Nederland te stipuleren in de strafwet, op grond waarvan elke wetenschappelijke kritiek wordt verboden op de verabsoluteerde stelling, dat (1) zes miljoen joden (2) met als enig middel de vergassing in ovens (3) volgens een van te voren uitgewerkt plan tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgebracht. In Nederland heeft de Hoge Raad in 1995 (in de zaak tegen Siegfried Verbeke) bepaald dat Holocaustontkenning valt onder het discriminatieverbod en dus strafbaar is volgens de artikelen 137c en 137e van het Wetboek van Strafrecht.

In onder meer de Duitse rechtsgang betekent dit, dat niet alleen de wetenschappers die deze stelling aanvechten, worden veroordeeld tot vrijheidsstraffen, maar ook de advocaten die zulk wetenschappelijk materiaal aanleveren tot bewijs van het tegendeel of ter exoneratie van de door hen verdedigde verdachten. Het gaat hier dus niet alleen om een ongefundeerde omkering van de bewijslast, maar om Rufmord zonder (recht op) weerwoord.

Het is onwenselijk om fundamentele kritiek te uiten op een beweerdelijke openbaring van een monotheïsme zonder dezelfde kritiek te uiten ten aanzien van andere monotheïsmen. De openbaringen voorzover door boeken en dus met taal gedaan, moeten worden geïnterpreteerd en kunnen dus alleen met het (beperkt) menselijk verstand worden begrepen. Daarom is er geen absolute tegenstelling tussen openbaring en rationaliteit. Het is dus ook beter de kritiek te richten op de exegese van de (vermeend) heilige boeken der monotheïsten dan om op te roepen to verbranding of wijziging van dezer teksten.
Discussies over interpretaties kunnen en moeten zonder verdachtmakingen en beledigingen worden gevoerd. Deze vooronderstellen dat iedereen zich ervan weerhoudt aan te nemen, dat zijn interpretatie in tijd en plaats de enig mogelijke is. Verbod en vervolging van opvattingen omtrent de interpretatie van (vermeend) heilige teksten zijn onwenselijk, ook als de interpretatie doelt op gevaren van strategische of ideologische aard. Zulke vervolgingen maken de mens gelovig of minder weerbaar en kritisch, omdat zoals ook bij de eerder genoemde bezweringsformule een waarheid wordt verabsoluteerd en de mens derhalve door zichzelf geacht wordt op de plaats van een (vermeende) God te zitten, die immer per definitie de enig Alwetende is.

Advertisements